Cellofestival Zutphen

Het tweejaarlijkse Cellofestival Zutphen (CFZ) vond dit jaar voor de negende keer plaats van 23 tot en met 27 augustus. Het festival is een samenwerking tussen stichting CFZ en de Cello Academie in Zutphen en is nét iets ouder dan de Cello Biënnale in Amsterdam. Het begon in 2001 (de Cello Biënnale Amsterdam in 2006) met een idee, vertelt artistiek leider en cellist Jeroen den Herder, toen hij na jaren studeren en werken weer neerstreek in zijn geboorteplaats Zutphen. Educatie van de Zutphense jeugd en aandacht voor de opleiding van professionals zijn vaste onderdelen van het festival.

“Samen met Wim Laurensse, iemand die iedereen in Zutphen kende, begonnen we in 2001 klein, met goedkope foldertjes, een festival van drie dagen en een budget van 10.000 gulden”, vertelt Jeroen. “De cello stond toen nog niet zoveel in de belangstelling als nu. Op het programma van de eerste editie stond onder meer Conjunto Ibérico – nu Cello Octet Amsterdam – en de traditie ontstond van Bach bij het ontbijt (ook bij de Cello Biënnale Amsterdam). Overigens komt dat idee van Pablo Casals, die altijd zijn dag met een solosuite van Bach begon.”

CFZ was eerst nog niet zo’n belangrijk festival. “Maar dat begint nu toch te komen. De bezoekerscijfers zijn stijgende, er komen steeds meer locaties bij; voor de gemeente is dit echt een mooie kans. We barsten uit onze voegen, onze organisatie is niet toereikend meer.”

Deze opmerking wordt geïllustreerd door de vele telefoontjes die Jeroen tijdens het gesprek krijgt over maaltijden, een wijziging in het programma, of waar hij blijft voor een repetitie op het carillon. Je kunt niet tegelijk artistiek leider, gastheer en festivalmanager zijn en ook nog elke dag optreden. Hij slaapt veel te weinig en ziet er moe uit.

De positie van het Zutphens festival ten opzichte van de Biënnale vindt Jeroen totaal niet belangrijk. Omdat beide festivals eenmaal per twee jaar plaatsvinden, was het een praktische zaak het om en om te doen. “Natuurlijk nemen we ideeën van elkaar over en gebruiken we deels hetzelfde netwerk. Maar daar zijn Maarten Mostert, de organisator van de Biënnale, en ik heel eerlijk over. De Biënnale is gewoon een ander verhaal. Van meet af aan is dat volledig professioneel en zakelijk opgezet, met een betaalde staf, een uitgebreide marketing, een budget dat tientallen malen groter is dan dat van ons. Wij werken in een kleine stad, met lokale cultuurinstellingen en veel vrijwilligers. Overigens ben ik heel trots op de primeur in Nederland van de Amerikaanse cellist Rushad Eggleston, iemand die over een paar jaar vast heel groot is. Rushad geeft improvisatieshows verkleed als clown en componeert ook. Hij geeft hier masterclasses.”

Groot verhaal
Op de vraag naar het concept van de programmering in Zutphen vertelt Jeroen het volgende: “Voor mij staan artiesten als de Zweedse cellist Jakob Koranyi model. Artiesten die precies zijn zoals ze willen zijn. Of ze het nu bewust of onbewust doen, dit zijn cellisten die de cello gebruiken om een groot verhaal te vertellen, om dieper te komen dan alleen een concert geven. Uit dat idee kwam ook mijn vraag aan Willem Jeths voort om zijn Requiem (een symfonisch werk) te bewerken voor cello. Ik vond het een belangrijk werk om de cello in dienst te stellen van de muziek. Toen ik vroeg of het voor één cello en koor kon, moest hij lachen. Uiteindelijk hebben mijn broer Jacobus en Jeths het samen bewerkt voor acht cello’s, koor, celesta, blokfluit en slagwerk. Waar het me om gaat, is dat dit Requiem uitstijgt boven de klank van de cello, er wordt een diepere laag aangeboord. Datzelfde gold voor de keer dat we de Russische componiste Goebaidoelina hier hadden, met een werk van haar. Dat was heel spannend. Zulke werken kunnen de sfeer van een avond bepalen.”

Inderdaad bevat de programmering veel meer eigentijdse werken (Schulthorpe, Tavener, Eggleston, Pärt, Schnittke) en crossovers (jazz, improvisatie, elektronica, cello-stem, muziek-dans, muziek-kleur) dan het gemiddelde festival. De balans tussen oud en nieuw slaat beslist door naar vernieuwend. “Dat is niet alle jaren zo, maar zo liep dat dit keer.” Het Ruysdael Kwartet had toevallig net Terry Riley op het programma. De vier cellisten in het late avondprogramma hadden de vraag gekregen een crossover met de cello te maken.

Ook niet toevallig lopen de menselijke stem (er wordt zelfs achter de cello gezongen) en koorzang als een rode draad door het programma. “De stem ligt heel dicht bij de cello. Bovendien woont Johannette Zomer ook in Zutphen.” Het programma als geheel en de keur aan internationale artiesten ogen echt interessant en het is jammer dat deze bezoeker er maar één dag kan zijn…

“Als ik er nog eens over nadenk, komt ons concept neer op stilte, verstilde dramatiek. De avondconcerten van donderdag en vrijdag hadden dit karakter in hun geheel. De lading die stilte heeft, klopt gewoon in deze omgeving. Stukken als Concerto voor koor of Sonate nr.1 van Schnittke passen in deze rustige, historische omgeving. Dat kan niet en hoeft niet in Amsterdam. Het is fantastisch om vrienden hier uit te nodigen. Ze hebben nog nooit van Zutphen gehoord, maar als ze komen, vallen ze stil. Zo mooi en bijzonder is het hier.”

Een voorbeeld van die bijzondere sfeer is Dat Bolwerck, een oud gebouw met tuin dat recentelijk is heringericht tot multifunctioneel podium. Zutphen kan bogen op een groot aantal sfeervolle locaties op wandelafstand van elkaar. Je hebt er, naast de grote schouwburg, de Hanzehof en de oude Walburgiskerk, het Koelhuis, Kapel Sint Elizabeth, het Geelvinck Muziek Museum (met oude fortepiano’s) of het Oude Bornhof (binnentuin met café).

 

Cello Academie
Jeroen den Herder is naast dit festival onder meer cellist in het Ruysdael Kwartet, docent aan de conservatoria van Rotterdam en Amsterdam en leider van de Cello Academie Zutphen. Wat behelst zijn Cello Academie?

“De Cello Academie is een opleidingsplaats voor aankomende cellisten, als aanvulling op de lestijd op de conservatoria, die veel te kort is, en waarbij soms mensen buiten de boot vallen. Het accent ligt op de ontwikkeling van hun persoonlijkheid, op hun wijze van studeren, de verdieping van hun spel, op de techniek in verhouding tot expressie. Iemand die al goed is, kan nog beter worden.”

Eenmaal in de zes weken hebben de studenten in Dat Bolwerck een studieweek waarin iedereen voor elkaar speelt, afgesloten met een concert. “De weken vormen de tegenbeweging van dit festival, met een naar binnen gericht karakter. We werken er met muziek in relatie tot tekst en kleur; ik werk onder meer samen met beeldend kunstenaar Margaret Harens.

“Ik heb me laten inspireren door de aanpak van de Russische cellist Vladimir Perlin, die ik op het spoor kwam door een documentaire. Ik ben erheen gereisd en dat doe ik nog steeds enkele malen per jaar. Er wordt bij hem in de muziekkamer op Oost-Europese wijze hard gewerkt. Maar je ziet ook hoe de leraar gedichten voordraagt, hoe kinderen van 6, 8 of 18 jaar gedichten voordragen, en er is te eten als iemand honger heeft. De liefde voor de muziek wordt er gecombineerd met de discipline van het Russische systeem. Ik wilde dit idee in Nederland vormgeven.”

Voor het volgende (tiende) Cello Festival zoekt Jeroen naar een programma met nóg meer noodzaak. “We zoeken verder naar stukken waar de cello in dienst staat van de muziek in plaats van op de voorgrond. De plaats van studenten in het festival zal weer groot zijn. Verder heb ik nog een ander idee. Ik wil in de stad graag een markt voor muziek creëren. Zutphen is mijn proefveld waarin ik uitprobeer hoe je de cello in de openbare ruimte kunt brengen. Maak van muziek weer een alledaags product. Geef iemand een cellist voor zijn verjaardag. Koop een stukje cellomuziek zoals je een brood gaat kopen.”

Geschreven door Mart Roegholt

Ga naar actuele artikelen